Na het ontstaan van de Beemster polder in 1612 werden er landbouwbedrijven opgericht in het gebied. Het ingepolderde landschap van de Beemster bestond uit vruchtbare landbouwgrond die zeer geschikt was voor akkerbouw en veeteelt. Tot 1901 leverden de meeste melkveehouders de melk en zelfgemaakte kaas aan handelaren in het gebied. Daardoor waren ze echter erg afhankelijk van deze handelaren en dat beviel hen niet altijd even goed. Daarom besloten in 1901 een aantal melkveehouders uit verschillende dorpen in de Beemster om samen te gaan werken in een zuivelcoöperatie. Deze coöperatie produceerde en verkocht kaas die werd gemaakt van de afgeroomde melk van de aangesloten Beemster melkveebedrijven.

In de Beemster werden door verschillende coöperaties diverse dagkaasfabrieken opgericht. Op zuivelgeschiedenis.nl vindt u een historisch overzicht van deze fabrieken. De melkveehouders roomden zelf de avondmelk af voor het maken van boter. Deze afgeroomde avondmelk werd de volgende dag samen met de ochtendmelk naar de dagkaasfabriek gebracht waar er kaas van werd gemaakt. Dit gebeurde ook in de Wilhelmina kaasfabriek die in 1907 was opgericht. In 1928 was men van plan om de Wilhelmina kaasfabriek te veranderen van een dagkaasfabriek in een zoetfabriek waarin volle (“zoete”) melk werd verwerkt tot kaas en boter. Zo hoefden de melkveehouders de avondmelk niet meer te koelen tot de volgende ochtend omdat de melk 2x per dag werd opgehaald door de melkfabriek. In 1930 ging de Wilhelmina samenwerken met zuivelfabriek de Unie die dezelfde plannen had. Dit leidde in 1930 tot de opening van de Coöperatieve Zuivelfabriek de Tijd in Beemster.

In 1947 werd vervolgens de coöperatie “De Combinatie” opgericht. Dit was een samenwerkingsverband van 3 coöperaties, namelijk De Tijd uit Beemster, Concordia uit Oudendijk en Ons Belang uit Middelie. In 1950 kwam daar nog de kaasfabriek Neerlandia uit Stompetoren bij. In 1991 tenslotte ging “De Combinatie” opnieuw een samenwerkingsverband aan. Dit keer met “De Vechstreek” uit Ommen. Samen gingen ze verder onder de naam CONO Kaasmakers.

In de jaren ’70 kwam er steeds meer concurrentie waardoor de kaas uit de Beemster zich duidelijk moest onderscheiden van de rest van de kaas die in Nederland geproduceerd werd. Dit leidde tot de introductie van het merk Beemster kaas die op ambachtelijke wijze gemaakt wordt. Zo wordt de wrongel waar de kaas van wordt gemaakt nog steeds met de hand geroerd door de kaasmeester. In veel kaasfabrieken buiten de Beemster wordt dit machinaal gedaan. Daarnaast wordt de Beemster kaas natuurlijk gerijpt in natuurlijk wisselende temperaturen en luchtvochtigheid, dit in tegenstelling tot industriële fabriekskaas die bij een kunstmatig lage temperatuur en hoge vochtigheid afrijpt waarbij er minder gewichtsverlies plaatsvindt. Het ambachtelijke proces is te proeven in de volle smaak waar de Beemster kaas om bekend staat.